Voorwoord Arno Timmermans

Hier de intranet slider quiz

Digitaal NHG-aanbod

Kennis  en scholing

Een (on)gezonde leefstijl: een maatschappelijk probleem

‘Het is goed als huisartsen een actieve bijdrage leveren aan een gezonde leefstijl, maar we hebben te maken met een maatschappelijk probleem dat we niet alleen met preventie of beweegprogramma’s kunnen oplossen.’ Zo opende bestuursvoorzitter Arno Timmermans het NHG-Congres 2010 in Groningen. Een duidelijke boodschap richting overheid en werkgevers. Hij deed een oproep aan minister Schippers om duidelijke keuzes te maken.

Volgens Timmermans zijn maatregelen als het stoppen-met-rokenbeleid, betaalbare sportmogelijkheden in de buurt, sportonderwijs op school, gebouwen met bereikbare trappen, veilige fiets- en wandelmogelijkheden, bewegen op het werk et cetera, noodzakelijk om in de toekomst gezondheidswinst te behalen. Dat vraagt om politieke keuzes, van zowel de overheid als de werkgevers.

Beweeg!
De openingslezing van Frank Backx, hoogleraar Klinische sportgeneeskunde, was getiteld ‘Sport is hot; bewegen mot’. Backx pleit voor bewegen maar op een verstandige manier. Met het toenemen van sporten, neemt ook het aantal letsels toe. Maar sporten heeft ook veel positieve gevolgen en hij concludeert dan ook: ‘Excercise is medicine’. Hij sluit af met een oproep aan de aanwezige huisartsen: ‘U als arts heeft aanzien, dus beweeg!’

Verloren onschuld
Hoogleraar Filosofie Klasien Horstman liet in haar lezing ‘Kanttekeningen bij de moraal van meer bewegen’ een ander geluid horen. Fitheid en gezond bewegen is een nationale plicht geworden en de bewegingshype neemt obsessieve vormen aan. ‘Bewegen heeft haar onschuld verloren.’ Volgens haar verliezen we door het stellen van normen onze bewegingsvrijheid en is bewegen verworden tot een wetenschappelijk bevel. Het advies van Horstman is dan ook: ‘Breng die hype tot bedaren!’

Opstaan met spierpijn
Het pre-event de avond voor het congres was vanzelfsprekend geheel in stijl van het thema ‘beweging’ en had een sportieve invulling. Ruim 500 huisartsen en aios deden mee aan de triatlon, hardlopen of fitnessen en volgden een rondleiding door de Euroborg. Het NHG-Jaarcongres Hink, Stap, Sprong! is – ondanks de decentrale locatie Groningen – met 2200 deelnemers bijzonder goed bezocht.
Na afloop concludeerde congresvoorzitter Frank Baarveld: ‘Dit is het eerste congres waarbij u morgen misschien wel met spierpijn opstaat!’

^ Terug naar Kennis en scholing

Expertgroepen zijn onmisbaar

De huisartsgeneeskunde is een generalistisch vak. Toch is ook specifieke expertise nodig om the state of the art goed vast te leggen in richtlijnen. De inbreng van huisartsen met wetenschappelijke expertise op klinische deelgebieden is van groot belang voor de huisartsgeneeskunde. Expertgroepen dragen op die manier bij aan de ontwikkeling van het vakgebied en zijn een bron van informatie, kennis en kunde. Ze zijn daarmee onmisbaar voor het vergroten van de kwaliteit van de zorg op hun eigen terrein.
Oude en nieuwe expertgroepen
Huisartsen die zich bezighouden met diabetes mellitus en astma/COPD zijn al jaren verenigd in de expertgroepen DiHAG en CAHAG. Inmiddels zijn diverse andere expertgroepen ontstaan. Met de afronding van de eerste kaderopleiding Hart- en vaatziekten is ook een expertgroep op dit terrein opgericht. Dat is belangrijk voor het vergroten van de expertise rond hart- en vaatziekten, maar vooral ook voor de ontwikkeling van het kwaliteitsbeleid en de samenwerking in de regio.

Meer samenwerking en ondersteuning
Het NHG hecht groot belang aan de rol en activiteiten van de expertgroepen. Het afgelopen jaar is de samenwerking tussen het NHG en de expertgroepen dan ook geïntensiveerd. Ook biedt het NHG meer ondersteuning aan (de secretariaten van) de expertgroepen.

^ Terug naar Kennis en scholing

NHG-Leergangen gaan regionaal !

NHG-Scholing gaat de regio’s in: dichtbij huis, met medewerking van kaderhuisartsen en andere experts uit de regio. Met vrijwel alle regionale partners zijn in het afgelopen jaar plannen gemaakt om de NHG-Leergangen Asklepion, EKC-vervolgcursussen en andere nascholingen die aansluiten bij NHG-producten te organiseren in nauwe samenwerking met WDH’en, ROS’en en huisartsenposten.
Oordeel van deelnemers
De eerste regionale NHG-Leergang ‘Ken je standaard’ ging van start in Zeegse (Drenthe). ‘Deskundige docenten, gemotiveerde groep, goed onderwijsmateriaal’, oordeelden de deelnemers. Ze vonden dat het onderwijs in deze vorm intensief was maar een hoog rendement gaf. ‘Relevante stof, afwisselend gebracht’, meende men. Door het terugkeren in een vaste groep kon men ook echt met de geboden stof aan de slag in de praktijk.

In 2011 gaan in alle regio’s diverse leergangen en cursussen van start, zie www.nhgscholing.nl.

^ Terug naar Kennis en scholing

Toekomstvisie Huisartsenzorg 2022

Waar staan we in 2022?
‘De actualisering van de Toekomstvisie leeft heel sterk onder huisartsen’, zegt Marc Eyck, projectleider Toekomstvisie Huisartsenzorg 2022. Anke ter Brugge, senior-beleidsmedewerker NHG, vult aan: ‘Je merkt dat het inspireert om over de toekomst na te denken. Huisartsen gaan echt voor professionalisering van hun vak.’ Ter Brugge en Eyck werken namens het NHG samen met de LHV en de universitaire afdelingen Huisartsgeneeskunde aan de actualisering van de Toekomstvisie 2012.

Inspirerend
De focus van de Toekomstvisie Huisartsenzorg ligt op de komende tien jaar. Eyck licht toe: ‘Het doel is een breed gedragen en inspirerende Toekomstvisie Huisartsenzorg 2022 te maken. Hierbij nemen we ontwikkelingen in de samenleving, de gezondheidszorg en de beroepsgroep in beschouwing. Een boeiend en uitdagend proces!’

Draagvlak
‘Zonder draagvlak geen Toekomstvisie. Communicatie met de achterban is essentieel’, vervolgt Ter Brugge. ‘We beginnen met het organiseren van drie focusgroepen om input te krijgen op thema’s die in de actualisering centraal staan.’ Deze thema’s zijn:

  1. Continuïteit in de zorg
  2. Samenwerking
  3. Proactief preventief
  4. Het patiëntenperspectief
  5. Innovatie

De uitkomsten van de besprekingen in deze focusgroepen worden gebruikt bij het opstellen van een concept Toekomstvisie Huisartsenzorg 2022.

Het land in
‘Naast onze bezoeken aan de universitaire afdelingen Huisartsgeneeskunde organiseren we acht bijeenkomsten in het land’, vertelt Ter Brugge verder. ‘Ook is er een aparte website voor de actualisering van de Toekomstvisie. Hierop zijn alle stukken te vinden en kunnen huisartsen hun digitale reacties achterlaten.
Toekomstvisie
Opbrengst bewezen
Eyck vertelt: ‘De Toekomstvisie Huisartsenzorg 2012 is in de afgelopen jaren een belangrijk ijkpunt voor de beroepsgroep gebleken. De Toekomstvisie geeft richting aan beleid en belangbehartiging van de beroepsgroep en is een voedingsbodem voor innovatie in de huisartsenzorg.’ Ter Brugge vervolgt: ‘Het NHG heeft de Toekomstvisie geconcretiseerd in verscheidene Standpunten voor patiëntenzorg en praktijkorganisatie, die de huisarts handvatten geven om zorgvernieuwingen in praktijk te brengen.’

Kroonjuwelen
‘Bij de actualisering blijven de kernwaarden van de huisartsgeneeskunde onverminderd van kracht: generalistische, persoongerichte en continue zorg. De kroonjuwelen van de huisartsgeneeskunde hebben nog niets van hun glans verloren’, besluit Eyck.

De cijfers

Vernieuwing richtlijnen, meer nadruk op samenwerking

‘Dit jaar wordt een overgangsjaar wat betreft twee zaken: de interne vernieuwing van de klassieke NHG-Standaarden en herziening van multidisciplinaire richtlijnen’, zegt Lex Goudswaard, huisarts en hoofd van de NHG-afdeling Richtlijnontwikkeling en Wetenschap. In dit interview licht hij deze twee zaken toe.

Actualiseren indien nodig

De procedure van de actualisering van monodisciplinaire richtlijnen wordt dit jaar herzien. Tweejaarlijks wordt bekeken of het nodig is een richtlijn te actualiseren. Daarbij komt een modulaire aanpak door middel van een soort quick-scan.
Goudswaard legt uit: ‘In plaats van de gehele richtlijn te herzien, wat veel tijd kost, kijken we waar de grootste knelpunten zitten. Het kan zijn dat de richtlijn toch helemaal op de schop moet, maar het is ook mogelijk dat alleen de knelpunten worden aangepakt. Dan actualiseren we vervolgens alleen het deel dat nodig is. Dit kan betekenen dat we bijvoorbeeld alleen het hoofdstuk ‘Behandeling’ herschrijven. Als een richtlijn helemaal geen herziening behoeft dan krijgt die een “stempel”, zodat leden kunnen zien dat de richtlijn nog actueel is.’

Samengevat betekent dit dus dat een richtlijn ofwel:

  • geen actualisering behoeft en een ‘stempel’ krijgt;
  • gedeeltelijke actualisering behoeft en modulair wordt herzien (bijvoorbeeld alleen het hoofdstuk ‘Behandeling’);
  • gehele actualisering behoeft.

Belang van samenwerking en afstemming

‘De behoefte aan Landelijke Transmurale Afpraken en Landelijke Eerstelijns Samenwerkings Afspraken is in het veld duidelijk merkbaar. Door veranderingen in de zorg en verbreding van de richtlijnen zien we het belang van samenwerking en goede afspraken daarover steeds meer toenemen’, vertelt Goudswaard. ‘Wij maken ons sterk voor multidisciplinaire “levende” richtlijnen, in de vorm van “netwerkrichtlijnen”.’

Meer commitment, betere implementatie

De ontwikkeling van ketenzorg voor patiënten met veelvoorkomende chronische aandoeningen (zoals diabetes mellitus type 2, astma/COPD, hart- en vaatziekten en angststoornissen/depressie) vereist dat de (herziening van) richtlijnen van de betrokken beroepsorganisaties op elkaar worden afgestemd. ‘Op die manier voorkom je conflicterende adviezen en sluit het eindproduct beter aan bij de verschillende beroepsgroepen. Daardoor krijg je meer commitment en daarmee is het gemakkelijker om een richtlijn te implementeren. En dat komt uiteindelijk ten goede aan de patiënt’, besluit Lex Goudswaard.

.

12,5 jaar samenwerking

In 2010 is gevierd dat de sectie Samenwerking binnen het NHG 12,5 jaar bestaat. Deze sectie maakt samenwerkingsrichtlijnen met andere partijen binnen de eerste lijn, de zogenaamde Landelijke Eerstelijns Samenwerkings Afspraken (LESA’s), en met de tweede lijn, de Landelijke Transmurale Afspraken (LTA’s). In de loop der tijd zijn in totaal 27 LESA’s en 9 LTA’s gepubliceerd.

Multidisciplinaire richtlijnen

De sectie beoogt breder bij te dragen aan samenwerking binnen richtlijnen. Zo is dit jaar meegewerkt aan meerdere multidisciplinaire richtlijnen met speciale aandacht voor samenwerkingsaspecten, zoals prikkelbaredarmsyndroom, subfertiliteit, overspanning, decubitus en lagerugklachten. Nog volop in ontwikkeling is een multidisciplinaire richtlijn over polyfarmacie bij ouderen.

Nieuwe ontwikkelingen

Er zijn twee pilots gestart om samenwerkingsafspraken te integreren in de tekst van de NHG-Standaarden Zwangerschap en kraamperiode en Lichen Sclerosus.
Naar aanleiding van een behoeftepeiling onder zorggroepen zijn er plannen voor het ontwikkelen van een ‘netwerksamenwerkingsafspraak’ waarin met alle hulpverleners die bij een zorgstandaard betrokken zijn, afspraken worden gemaakt. Pilots die hiervoor hoogstwaarschijnlijk gaan starten zijn Leeftstijl/Obesitas en Hartfalen.
Onderzocht wordt wat de mogelijkheden zijn om in de NHG-ConsultWijzer de samenwerkingsafspraken uit de LTA’s en LESA’s over ‘verwijzen’ op te nemen.

Samenvattingskaartjes

Voor het eerst zijn er samenvattingskaartjes gemaakt van enkele LESA’s, die onder de leden van de deelnemende verenigingen zijn verspreid. Er zijn kaartjes gemaakt van:

  • Dysplastische HeupOntwikkeling
  • Ondervoeding
  • Visuele stoornissen bij kinderen en jongeren
  • Kleine lichaamslengte bij kinderen
  • Bedplassen

Jeugdartsen

In 2010 zijn er 5 LESA’s in samenwerking met de jeugdartsen afgerond:

  • Visuele stoornissen bij kinderen en jongeren
  • Dysplastische heupontwikkeling
  • Kleine lichaamslengte bij kinderen
  • Kindermishandeling
  • Bedplassen

Overige

In samenwerking met de apothekers zijn twee 2 LESA’s afgerond: Antistolling en Het actueel medicatiedossier. Verder verscheen er een Engelse vertaling van de LESA Ondervoeding.

Polyfarmacie bij ouderen

Naar een beter medicatiebeleid

‘Ach dokter, moe ben ik al jaren,
maar daar heb ik gelukkig een pilletje voor.’

Een citaat uit onderstaande casus waarin een oudere man over een indrukwekkende medicatielijst blijkt te beschikken. Hoe gaat u daarmee om?

Op uw spreekuur komt de heer Van der Pol, 80 jaar. Zijn dochter heeft een afspraak voor hem gemaakt, want zij maakt zich zorgen. De heer Van der Pol woont alleen en zijn geheugen wordt wat slechter. Zijn dochter vraagt zich af of hij nog wel goed voor zichzelf kan zorgen. Met enige regelmaat bezoekt zij met hem verschillende specialisten en zij vraagt zich af of haar vader al zijn medicijnen nog wel goed inneemt.

De heer Van der Pol zegt geen klachten te hebben. Pas als u ernaar vraagt, zegt hij wat wankel te zijn. Vorige week viel hij bijna. Verder gaat alles wel z’n gangetje. ‘Ach dokter, moe ben ik al jaren, maar daar heb ik gelukkig een pilletje voor.’

U kijkt in zijn medicatielijst. De heer Van der Pol gebruikt de volgende middelen:

• hydrochloorthiazide 25 mg 1dd 1
• metformine 1000 mg 2 dd 1
• metoprolol 100 mg 1dd 1
• tolbutamide 500 mg 2 dd 1
• digoxine 0,25 mg 1 dd1
• enalapril 10 mg 2 dd 1
• paracetamol 500 mg 3 dd 1
• simvastatine 10 mg ‘s avonds 1
• diazepam 5 mg voor de nacht 1
• amitriptyline 25 mg 1 dd 1
• glibenclamide 2,5 mg 2 dd 1
• ipratropium dosisaerosol 3 dd 1 inhalatie

U schrikt van de hoeveelheid medicijnen. Waar gaat u beginnen? Van welke geneesmiddelen is de effectiviteit en veiligheid bij ouderen met polyfarmacie vastgesteld? Welke middelen kunt u bij ouderen beter vermijden? Welke medicatie zou u zonder al te veel problemen kunnen stoppen bij oudere patiënten? Wat kunt u doen voor ouderen om het innemen van medicijnen te vergemakkelijken?

Multidisciplinaire richtlijn Polyfarmacie bij ouderen

Een voorbeeld uit de dagelijkse praktijk. De multidisciplinaire richtlijn Polyfarmacie bij ouderen: naar een beter medicatiebeleid gaat u bij dit soort vragen helpen. Het doel van deze richtlijn is verbetering van de patiëntveiligheid speciaal bij de groep kwetsbare ouderen met comorbiditeit en polyfarmacie.

Medicatiebeoordeling

Medicatiebeoordeling krijgt een belangrijke rol in deze multidisciplinaire richtlijn. Zo zal de richtlijn bijdragen aan een veilig en doelmatig gebruik van medicatie bij ouderen met complexe problematiek. De bedoeling is de risico’s op onbedoelde schade door polyfarmacie te verlagen.

Samenwerking

De richtlijn komt tot stand in samenwerking met geriaters, medisch specialisten, verpleeghuisartsen, apothekers, verpleegkundigen en het Nederlands Instituut voor Verantwoord Medicijngebruik. Patiëntenorganisaties participeren vanaf het begin in het richtlijnontwikkelingsproces. De richtlijn wordt eind 2011 verwacht.

.

Landelijke uniformiteit bij spoed

Nederlandse Triage Standaard biedt landelijke uniformiteit bij spoed

Acute zorg op de juiste plaats, op het juiste moment en door de juiste hulpverlener, dat is de basisgedachte van de Nederlandse Triage Standaard (NTS). Triage is een belangrijk hulpmiddel om de urgentie van een klacht te bepalen. De wetenschappelijke en beroepsverenigingen van huisartsen, spoedeisende hulp verpleegkundigen en ambulancezorg werken al sinds 2005 samen aan de ontwikkeling van een uniforme landelijke triagestandaard voor de acutezorgketen.  In oktober 2010 is deze Standaard geautoriseerd door het NHG.

Fysieke en telefonische triage

Op basis van de input van gebruikers, professionals en experts is in 2010 een triagesysteem ontstaan dat wordt gebruikt op de huisartsenposten, de afdelingen SEH van de ziekenhuizen en de ambulancemeldkamers. De NTS wordt zowel bij fysieke als telefonische triage toegepast.

Ketenbreed

Uit onderzoek is gebleken dat de resultaten op betrouwbaarheid, validiteit en patiëntveiligheid bevredigend zijn. De NTS kan zich dus meten met andere triagesystemen. In vergelijking met andere richtlijnen voegt NTS de ketenbrede benadering en de vervolgfuncties toe.

Pilotregio’s

Eind 2010 zijn er negen regio’s betrokken bij de pilot. De lessen die uit deze regio’s naar voren komen, worden in 2011 gebruikt voor het maken van een ‘implementatiewijzer’. Deze geeft toekomstige deelnemers handvatten bij de ingebruikname van de NTS. Dit project is gefinancierd door het ministerie van VWS.  Medio 2011 zal de NTS de pilotstatus ontgroeien en zijn definitieve vorm vinden.

TriageWijzer

De bekende NHG-TelefoonWijzer wordt  vervangen door de NHG-TriageWijzer die geheel is gebaseerd op de Nederlandse Triage Standaard. De NHG-TriageWijzer zal worden uitgegeven in een losbladig abonnementensysteem.

NTS-keurmerk

Twee softwareleveranciers hebben tot dusver voor hun applicatie het NTS-keurmerk verkregen: Labelsoft (Callmanager) en Semlab (Meditra). Er zijn meerdere softwareleveranciers geïnteresseerd in het bouwen van een applicatie.

.

Richtlijnen in 2010

Standaarden 2010 Onderwerp
NHG-Standaarden geautoriseerd in 2010 Ulcus cruris venosum
Hartfalen
Perifere aangezichtsverlamming (nieuw)
Obstipatie (nieuw)
Voedselovergevoeligheid
Obesitas (nieuw)
Acuut hoesten
Het PreventieConsult module Cardiometabool risico (nieuw)
NHG-Standaarden gestart in 2008, nog lopend in 2010 Depressieve stoornis
NHG-Standaarden gestart in 2009, nog lopend in 2010 Somatisch onvoldoende verklaarde lichamelijke klachten (nieuw)
Zwangerschap en kraamperiode
Preconceptionele advisering (nieuw)
Angststoornissen
Dementie
Anticonceptie
Psoriasis
De overgang
Diverticulitis (nieuw)
NHG-Standaarden gestart in 2010 Osteoporose
Maagklachten
Het soa-consult
Enkelbandletsel
Buikpijn bij kinderen (nieuw)
Mictieklachten bij mannen
Stabiele angina pectoris
Acuut coronair syndroom
Contacteczeem (nieuw)
Multidisciplinaire Richtlijnen 2010 Onderwerp
MDR-en gestart in 2009, nog lopend in 2010 Prikkelbare Darm Syndroom
Lijkschouwing
MDR-en gestart in 2010 Polyfarmacie bij ouderen
.

Digitaal NHG-aanbod

HAweb, eigentijds en innovatief

HAweb.nl komt eraan! Khing Njoo, projectleider van het gezamenlijke NHG/LHV-project, geeft antwoord op de vier meest gestelde vragen.

Hoe werkt HAweb?
‘HAweb is een onafhankelijke interactieve website speciaal voor huisartsen. Na het inloggen op HAweb komen die op hun persoonlijke dashboard en hebben dan direct toegang tot het huisartsennetwerk. Op het netwerk kunnen huisartsen direct online in groepen samenwerken met collega’s; ze kunnen samen schrijven aan documenten en eenvoudig discussiëren. Een handige werkomgeving als je in één of meerdere werkgroepen zit of een actief bestuurder bent.’

Wat is een dashboard?
‘Een persoonlijk dashboard is een soort slimme startpagina die de huisarts helemaal zelf kan indelen, een beetje vergelijkbaar met de apps op de smartphones van tegenwoordig. De meest gebruikte informatie- en nieuwsbronnen voor de huisarts staan er al op. En natuurlijk kan de huisarts op eenvoudige wijze informatiebronnen toevoegen of verwijderen. Zo’n dashboard is vooral praktisch tijdens het spreekuur, maar ook als je bijvoorbeeld nascholing voorbereidt.’

Zijn gegevens veilig op het netwerk?
‘HAweb is niet doorzoekbaar via Google of andere zoekmachines. Toegang is exclusief voor leden van het NHG of de LHV. Hierdoor zijn profielgegevens, discussies en documenten alleen via deze website voor collega-huisartsen beschikbaar.’

Wanneer staat HAweb bij de huisarts op de PC?
‘HAweb is bijna klaar. De komende maanden gaan huisartsen het in de praktijk testen. In de tweede helft van 2011 kunnen alle leden op HAweb.nl werken.’

^ Terug naar Digitaal NHG-aanbod

Digitaal NHG-aanbod

Publiekswebsite in aanbouw

Bij onze leden bestaat behoefte aan een online platform om patiënten en het algemene publiek op een onafhankelijke en betrouwbare manier te informeren. Het NHG heeft dit signaal opgepakt en is gestart met het bouwen van een publiekswebsite. We geven het woord aan de trekker van dit project, Patrick Jansen, huisarts en wetenschappelijk medewerker van de sectie Patiëntenvoorlichting.

Wat kunnen patiënten met deze website?
‘Deze site biedt patiënten de mogelijkheid zich voor te bereiden op een bezoek aan de huisarts: “Moet ik hiervoor naar de huisarts? Wat kan ik zelf doen?” En na afloop van een consult bij de huisarts kan de patiënt op de website achtergrondinformatie vinden, evenals keuzehulpen en informatie over behandelingen.’

Wat kan men verwachten van deze site?
‘De publiekswebsite is een bron van informatie over klachten, ziekten, aandoeningen, onderzoeken, behandelingen en de preventie van ziekten. Alle bestaande patiëntenfolders en -brieven komen er – in een aangepast format – op te staan. Ook komen er links naar andere relevante sites, zoals voor labonderzoek en tweedelijns informatie. De informatie zal eenvoudig en snel vindbaar zijn via Google, en ook sociale media krijgen een rol bij de website.’

Onder welke naam is de publiekswebsite te vinden?
‘De naam voor de site is inmiddels gekozen en gedeponeerd, maar blijft nog even een verrassing tot de lancering van de site. Die lancering is tijdens het jubileumcongres op 18 november 2011.’

^ Terug naar Digitaal NHG-aanbod

Preventie

PreventieConsult in bedrijf

‘Met een gevalideerde vragenlijst kunnen huisartsen en bedrijfsartsen geïntegreerde risico’s op diabetes, hart- en vaatziekten en nierschade inschatten. Dat is een goede zaak, want oorzaak en gevolg lopen vaak door elkaar heen’, aldus Pim Assendelft, hoogleraar Huisartsgeneeskunde en woordvoerder namens de zes partners achter het PreventieConsult. Hij is verheugd dat nu een wetenschappelijk onderbouwde risicotest van huisartsen en bedrijfsartsen voorhanden is. Tijdens het NHG-Congres 2010 is het PreventieConsult gepresenteerd aan de leden.

 

 

Inbedding gewaarborgd
‘Doordat professionele en publieksorganisaties met elkaar optrekken, is de publiciteit, inbedding, inhoud en “nazorg” bij het PreventieConsult module Cardiometabool risico optimaal afgestemd’, verklaart Assendelft.

Op de vraag waarom dit initiatief is genomen, antwoordt hij: ‘Huisartsen en bedrijfsartsen willen een goed wetenschappelijk onderbouwd aanbod doen, als alternatief voor commercieel aangeboden risicometingen en gezondheidschecks. Ook willen ze dat vanuit de huisartsenzorg structureel aandacht hiervoor komt.’ Assendelft vervolgt: ‘Veel standaarden hebben al een preventiecomponent in zich, maar gaan uit van casefinding. Huisartsen hebben zoveel andere zaken te bespreken met een patiënt dat ze er vaak niet meer aan toekomen preventie aan de orde te stellen. Met het PreventieConsult geven huisartsen aan dat ze hier apart tijd voor inruimen.’

Drie stappen
Het PreventieConsult CMR bestaat uit drie stappen.

  1. Gezonde mensen tussen de 45 en 70 jaar vullen op internet een vragenlijst in, waaruit blijkt of zij een verhoogd risico hebben op diabetes, hart- en vaatziekten of nierschade.
  2. Ze krijgen een gericht leefstijladvies of het advies om hun huisarts te consulteren. Deze doet een aantal tests en verricht aanvullend onderzoek.
  3. In een tweede consult krijgt de patiënt adviezen of wordt begonnen met een behandeling.
Goed hulpmiddel
Bij een op de vijf mensen die zich op basis van de risicoschatting meldden bij de huisarts, zijn daadwerkelijk een of meerdere cardiometabole aandoeningen opgespoord. Dit bleek uit onderzoek van het LUMC en het NIVEL. Assendelft verklaart dan ook: ‘Het is in de praktijk een goed hulpmiddel voor het opsporen van mensen met een verhoogd risico op diabetes, hart- en vaatziekten of nierschade.’ Zelf afspraken maken Het tarief voor het PreventieConsult moet nog worden vastgesteld. ‘Het CVZ heeft het PreventieConsult in zijn pakketagenda opgenomen. Dit jaar wordt gekeken of het valt onder de te verzekeren basiszorg. Ondertussen kunnen huisartsen zelf afspraken maken met de verzekeraars in hun regio wat betreft de aanvullende verzekerde zorg’, besluit Pim Assendelft.

Meer informatie
Ga voor de NHG-Standaard Het PreventieConsult module Cardiometabool risico, de gelijknamige PraktijkWijzer, de web-tv-uitzending in samenwerking met Medisch Contact en meer achtergrondinformatie naar: www.nhg.org/preventieconsult.

Partners
Het PreventieConsult module Cardiometabool risico is een initiatief van de artsenorganisaties NHG, LHV en NVAB en van de gezondheidsfondsen Nierstichting Nederland, de Nederlandse Hartstichting en het Diabetes Fonds. 

^ Terug naar Preventie

NHG-Standaard Het PreventieConsult module Cardiometabool risico

De NHG-Standaard Het PreventieConsult module Cardiometabool risico (CMR) verscheen in maart 2011 in Huisarts en Wetenschap. De partners achter Het PreventieConsult CMR kozen samen met onderzoekers van VUmc voor een wetenschappelijk onderbouwde aanpak van preventie. Jacqueline Dekker van VUmc is hoofdauteur van de Standaard.
In dit interview licht zij het ontstaan ervan toe.

 

 

 

 

Wat was de reden om de Standaard Het PreventieConsult CMR te schrijven?

‘Het is al lang bekend dat hart- en vaatziekten, diabetes en nierziekten dezelfde risicofactoren hebben. Toch zijn in het verleden screeningsacties uitgevoerd die waren gericht op één aandoening. Zo kon het voorkomen dat iemand zonder nierziekte of diabetes gerustgesteld naar huis ging, terwijl hij wel een hoog risico op hart- en vaatziekten had. Ook in de reguliere zorg werden opsporing en preventie tot nu toe in verschillende richtlijnen beschreven en was er geen systematische aandacht voor preventie.’

Hoe krijgt preventie met deze Standaard nu de benodigde aandacht?

‘In de afgelopen jaren hebben wij een nieuwe, eenvoudige vragenlijst ontwikkeld om het risico op hart- en vaatziekten, diabetes en chronische nierschade bij mensen van 45 jaar en ouder in kaart te brengen. Deze vragenlijst is gebaseerd op Nederlandse gegevens en maakt gebruik van informatie die mensen zelf gemakkelijk kunnen invullen, zoals leeftijd, lengte, gewicht, buikomtrek en familiegeschiedenis.’

Werkt preventie met een vragenlijst?

‘Met artsen, onderzoekers en gezondheidsfondsen is samengewerkt aan een manier om de vragenlijst zo aan te bieden, dat een optimaal preventie-effect optreedt. Het PreventieConsult CMR spoort in een eerste stap mensen op met een hoog risico op diabetes, hart- en vaatziekten en nierschade, die in aanmerking komen voor aanvullende tests. In de tweede stap volgt begeleiding en/of behandeling. Mensen die op korte termijn (nog) geen verhoogd risico hebben, maar wel risicofactoren als roken of overgewicht, krijgen een persoonlijk advies.

Zo bereikt het PreventieConsult CMR dat mensen met een hoog risico sneller behandeld worden en dat tegelijkertijd geïnteresseerde mensen feedback krijgen over hun risicofactoren en wat ze daar zelf aan kunnen doen.’

Is het PreventieConsult CMR al beschikbaar?

De nieuwe Standaard is al gepubliceerd en er zijn ondersteunende materialen voor de huisarts en een website voor de mensen die hun risicio willen weten. Medio april zullen deze materialen klaar zijn. Door de goede samenwerking tussen mensen met verschillende expertise is nu degelijke hulp en ondersteuning beschikbaar gekomen voor preventie.’

Prof.dr.ir. Jacqueline M. Dekker is epidemioloog en werkzaam bij de afdeling Epidemiologie en Biostatistiek, EMGO Instituut, VUmc Amsterdam.

^ Terug naar Preventie

Het PreventieConsult in de praktijk

Wat is het PreventieConsult module Cardiometabool risico (CMR)? Wat betekent het voor de huisarts in de praktijk? Hoe wordt het gefinancierd? Welke voorbereidingen zijn nodig om te kunnen beginnen? De NHG-PraktijkWijzer en de web-tv-uitzending PreventieConsult geeft antwoorden op deze vragen.

 

NHG-PraktijkWijzer Het PreventieConsult
De PraktijkWijzer leidt u stapsgewijs door het proces van opzetten en uitvoeren van het PreventieConsult in uw eigen praktijk. Er zijn diverse protocollen voor de organisatie en voorbeeldteksten voor het uitnodigen en informeren van patiënten.
U kunt de NHG-PraktijkWijzer bestellen via de webwinkel op www.nhg.org.
NHG-leden betalen € 11,55 en niet-leden € 16,50.
Web-tv-uitzending
De achtergronden, de opzet en de verschillende stappen van het PreventieConsult zijn in beeld gebracht met reportages, afgewisseld door commentaren en discussies.

De web-tv-uitzending is tot stand gekomen in een samenwerking van het NHG met MCtv (Medisch Contact). De uitzending ging de lucht in op 17 maart en is vanaf die datum online gratis te bekijken via de digitale leeromgeving van het NHG en www.medischcontact.nl.

^ Terug naar Preventie

Digitaal NHG-aanbod

NHGDoc: Beslist goed!

‘Door een eenvoudige implementatie van de NHG-Standaarden is de huisarts in staat om kennis direct tijdens het spreekuur toe te passen. De toepassing van NHGDoc zorgt voor een optimale ondersteuning van de praktijkvoering op belangrijke terreinen.’ Dat zegt Marc Eyck, huisarts en projectleider bij het NHG. In dit artikel leest u hoe NHGDoc werkt.

Zorg op maat tijdens het spreekuur
In samenwerking met ExpertDoc heeft het NHG de beslissingsondersteunende webservice NHGDoc ontwikkeld. Deze service helpt huisartsen om ‘zorg op maat’ in hun praktijk te leveren.
Tijdens het spreekuur kan NHGDoc u attenderen op mogelijke risico’s en afwijkingen in het medisch dossier van uw patiënt. Dit kunnen bijvoorbeeld adviezen zijn voor aanvullende diagnostiek of medicatie.

Alertservice
Alle adviezen (alerts) zijn gebaseerd op NHG-Standaarden. U ziet alleen alerts als er klinisch relevante verschillen zijn tussen het medisch patiëntendossier en de NHG-Standaarden. Deze functie van NHGDoc heet de alertservice.
Momenteel worden alerts gegenereerd voor de ziektedomeinen cardiovasculair risicomanagement, diabetes, leverziekten, schildklierfunctiestoornissen en COPD. De onderwerpen hartfalen en astma volgen later in 2011.

Consultatieservice
Is er behoefte aan meer informatie of twijfelt de huisarts of een patiënt baat heeft bij doorverwijzing naar een specialist, dan kan de consultatieservice worden gebruikt, ook wel te beschouwen als een ‘online intercollegiaal consult’.

Meer informatie
Tot 1 januari 2012 kunt u kosteloos gebruikmaken van NHGDoc. Naar verwachting wordt NHGDoc na 1 januari een betaalde service. Het aanmelden verschilt per huisartseninformatiesysteem. Kijk op de site van ExpertDoc hoe het werkt binnen de verschillende HIS’en.
Voor informatie over NHGDoc kunt u ook terecht op de website van het NHG.

^ Terug naar Digitaal NHG-aanbod